Wat is een Bernedoodle ?

De Bernedoodle is het resultaat van een Berner sennen en een niet verharende 
poedel of doodle. Helaas is de gemiddelde leeftijd van de Berner sennen slechts 
7 jaar, en veel Berner sennens hebben veel problemen met heupen, ellebogen,
kanker en hart ziektes. Tevens hebben ze als vervelende eigenschap dat ze veel 
haar verliezen.

Veel van onze Bernedoodles gaan naar gezinnen die eerder al een Berner 
sennen hebben gehad, het temperament, de mooie aftekening, samenhangend 
met een hogere levensverwachting en minder gezondheidsproblemen en met 
weinig tot geen verharing doet men besluiten om voor de Bernedoodle te gaan.

De Bernedoodles zijn zeer sociaal en hebben een goed karakter, ook zijn 
ze leergierig en geschikt als evt. therapie hond, ze zijn ook geschikt voor 
mensen met een allergie.
De Bernedoodle wordt snel je maatje, zullen altijd aan je zijde staan 
wat men ook doet, of je nu houdt van wandelen, of met een film op de bank zit, 
het maakt niet uit hun enige taak is om gewoon jou beste vriend te zijn.
Ze zijn van nature makkelijk in de omgang, zeer loyaal, en zullen er altijd zijn 
voor het gezin ook kunnen ze erg goed met kinderen. Het zijn intelligente sterke honden.

De levensverwachting is nog moeilijk te bepalen, het is namelijk nog een vrij 
nieuwe kruising, maar het zal hoger liggen dan bij de Berner sennen, we 
verwachten dat de bernedoodles tussen de 12 en 15 jaar zullen worden. De medium en 
de mini Bernedoodles worden nog wat ouder, hoe kleiner de hond, hoe 
hoger de levensverwachting.



Verschillende formaten doodles

Er zijn verschillende maten Bernedoodles & Labradoodles :
De standaard is tussen de 53 en 65 cm en gewicht tussen de 24 en 35 kilo
De medium is tussen de 43 en 52 cm en gewicht tussen de 14 en 23 kilo

De mini is tussen de 35 en 42 cm en gewicht tussen de 7 en 13 kilo




Verschillende generaties doodles

Hier volgt een uitleg van de genen-samenstelling van de verschillende generaties Bernedoodles & Labradoodles  (Zoals de F1, F1B en F2) en de multigeneratie Bernedoodle & Labradoodle, om u het verschil duidelijk te maken.

F1

de eerste generatie van een kruising wordt een F1 genoemd. Bij de labradoodles is dit dus een kruising tussen een labrador en een poedel en bij de bernedoodle een kruising tussen een berner sennen en een poedel.
Een F1 draagt dus 50 % van de genen van een labrador of berner sennen bij zich en 50% van de genen van een poedel.

F1B

Doordat F1's meestal verharen, worden ze soms teruggekruist met een poedel in de hoop een stabielere vacht te creёren. Deze nakomelingen hebben dus 3 poedels als grootouders en hebben dan ook 75% van hun genen van de poedel. Daarom is het ook logisch dat zij niet zullen verharen; de poedel zelf is een niet-verharende hond.

F2, F3, F4 en multigen labradoodles

Wanneer twee F1's met elkaar worden gekruist, krijg je een F2; twee F2's geven een F3 enz.

Vanaf de derde generatie worden ze multi-generatie genoemd. Genetisch zijn ze gelijk aan een F1 ; ze dragen ook 50 % van de genen van een labrador bij zich en 50% van de genen van een poedel.

Wanneer een F1B gekruist wordt met een F1 zal het percentage poedel in de F2 die je dan krijgt zelfs nog hoger liggen, nl op 62,5 %  ((50% + 75%)/2) (Geldt ook voor F2B x F2 of F3B x F3)